Toon items op tag: natuurcompensatie

donderdag 29 april 2021 12:30

Venray heeft een grote natuurschuld

INDUSTRIETERREIN SMAKTERHEIDE - Onlangs heeft de gemeenteraad een advies gekregen van Das&Boom. De aanleiding is bizar. Het blijkt dat er nooit een deugdelijke compensatie van de vernietigde natuurwaarden heeft plaatsgevonden voor industrieterrein Smakterheide. Samen met het feit dat de das steeds verder het St. Annapark wordt uitgedrukt door woningbouw extra pijnlijk. Door de lokale dassenwerkgroep wordt gesteld dat in Venray natuurcompensatie alleen op papier wordt gedaan. Een voorbeeld hiervan is de compensatie voor de dassen bij de zandput van Maessen op de Oostrumsche heide. De ingreep in het dassenleefgebied is al een paar jaar gaande. Pas vanaf 2026 is de compensatie ingericht met wat fruitboompjes. Voordat die vrucht gaan dragen en wat gaat betekenen voor de dassen zijn we weer jaren verder. Er gaan nu eindelijk stemmen op in de gemeenteraad dat natuurcompensatie bij plannen vóóraf gerealiseerd moet zijn. Dit is de enigste effectieve stok achter de deur voor de gemeenteraad!

Hieronder het advies van Marc Moonen van Das&Boom (gratis en voor niets!).

Geachte leden van de gemeenteraad,

Ik wil uw aandacht vestigen op het feit dat de benodigde natuurcompensatie welke onderdeel uitmaakte van het bestemmingsplan Smakterheide (18-6-2013) nog steeds niet in zijn geheel is aangelegd.


Omdat de plannen al weer van 8 jaar geleden dateren hieronder een kort overzicht van de plannen.


Tijdens de uitwerking van de plannen Smakterheide II (uitbreiding industrieterrein Smakterheide I) en de Brabander (uitbreiding woonwijk) werd duidelijk dat er om deze plannen te kunnen realiseren rekening gehouden zou moeten worden met de natuurwaarden binnen en nabij die gebieden. Met de plannen werden de leefgebieden van de das, de patrijs en de geelgors aangetast. In overleg met Das en Boom is gekeken hoe het gebied tussen de Brabander en Smakterheide II meer geschikt gemaakt zou kunnen worden voor deze soorten. Dit gebied ten westen van de Ambachtstraat wordt kortweg het landschapspark genoemd. Dit is uitgewerkt in het Masterplan landschapspark Smakterheide II en in het Convenant Landschapspark Smakterheide II. In deze plannen zijn compenserende en mitigerende maatregelen vastgelegd.


De inrichting van het landschapspark had tot doel het behouden van een groene corridor tussen het bedrijventerrein Smakterheide en eventuele uitbreidingsplannen van de Brabander en het compenseren van leefgebied voor das, patrijs en geelgors. Deze soorten hebben hun leefgebied of een deel van hun leefgebied in agrarisch landschap. Ze hebben baat bij landschapselementen als hagen en struwelen om langs de kunnen migreren dan wel als broedplaats.


Het inrichtingsplan voor het landschapspark bestond uit de aanleg van een aantal hagen, zowel noord-zuid, als oost-west georiënteerd, de aanleg van een compensatiebos en behoud van het open agrarische karakter als leefgebied voor das, patrijs en geelgors. Daarnaast zouden een aantal dassenvoorzieningen zoals dassentunnels, dassenrasters worden aangelegd en maatregelen voor het voorkomen van doorgaand verkeer over het Makkenpad. Langs de Ambachtstraat zou een haag aangelegd worden van noord naar zuid langs de oostrand van het landschapspark. Hierop aansluitend zouden zes oost-west georiënteerde hagen worden aangeplant.


Het gehele landschapspark zou bestemming Natuur krijgen. Het meest zuidelijke deel zou bestemming Boa krijgen


De dassenvoorzieningen (dassentunnels en –rasters) onder de Overloonseweg en Nieuwe Overloonseweg zijn inmiddels aangelegd (zie afbeelding 1). De noord-zuid haag aan de oost-zijde van het landschapspark is ook aangelegd. Verder zijn vier van de zes oost-west georiënteerde hagen gerealiseerd. Twee hagen zijn (nog) niet gerealiseerd omdat de grond niet in eigendom van de gemeente is, en de eigenaren geen medewerking willen verlenen. Het gehele landschapspark heeft inderdaad de bestemming Natuur gekregen (zie afbeelding 1) maar hoe rijmt een manege (deelgebied 1 op afbeelding 1) en intensieve akkerbouw waaronder lelieteelt (deelgebied 3 en deelgebied 6, afbeelding 1) zich met deze bestemming.


Het compensatiebos is een ander verhaal. Het plan was om compensatie van bos, elders uit de gemeente hier te laten landen. Het betreft hier dus geen compensatie vanuit bedrijventerrein Smakterheide of de wijk Brabander. Tot op heden heeft dergelijk compensatie op andere locaties plaatsgevonden en is dit bos nog niet aangelegd. Stichting Das&Boom heeft aangegeven in een gesprek met dhr. Erik-Jan Kikkert dat de aanleg van een bos een verbetering zou zijn voor het foerageergebied van de das (ten opzichte van de huidige situatie namelijk akker) maar dat de aanleg van een fijnmazig hagenpatroon de voorkeur had boven de aanleg van bos. Jan-Erik Kikkert deelt deze mening. Het zou dus goed zijn als bos gecompenseerd zou kunnen worden door de aanleg van hagen. Overigens wordt dit gebied met bestemming Bos ook jaar in jaar uit intensief gebruikt als akkerbouwgebied (mais of aardappelen) of als tuinbouwgebied (lelies)


De inrichting van de deelgebieden 6 en 7 waar volgens het bestemmingsplan nog een paar oost-west georiënteerde hagen aangelegd dienen te worden kan gecombineerd worden met de noodzakelijke compensatie van het verlies aan foerageergebied door de aanleg van woningen in het St. Annapark. Das&Boom heeft hier in het verleden al een compensatie/inrichtingsplan opgesteld maar die is nooit van de grond gekomen. In plaats daarvan heeft de Rensdaelgroep adviesbureau Econsultancy in de arm genomen. De compensatie opgave berekent door Econsultancy steekt schril af met die van Das&Boom. Reden hiervoor is dat Econsultancy uitgaat van een gebied zoals dat er in 2020 bijlag. Dit bestond toen voor een groot deel uit braakliggend terrein en een schapenweide. Voor het braakliggend terrein compenseert Econsultancy 0%, want niet aantrekkelijk voor de das, voor de schapenweide moet 120% worden gecompenseerd. Dit is natuurlijk geen juiste manier van het berekenen van de compensatie opgave. In 2019 is namelijk vooruitlopend op de woningbouw een groot deel van de bossen rondom de burcht gekapt. Dit bosgebied was primair foerageergebied. Dat dient natuurlijk ook voor 120% gecompenseerd te worden. Eerst voor de das belangrijk gebied kappen, dat braak laten liggen en vervolgens aangeven dat dat braakliggende terrein niet interessant is voor de das kan natuurlijk niet. Om die reden geeft Econsultancy aan dat een groot deel van de compensatie gevonden kan worden in het verlengen van het raster aan de Nieuwe Overloonseweg waardoor de berm van deze weg voor de das bereikbaar wordt. Dit gebied is natuurlijk voor de das niet interessant door de schrale ondergrond. Das&Boom ziet een deel van de compensatie juist in het kleinschalig maken van de percelen direct ten oosten en noorden van de dassenburcht gelegen in het bosje aan de Overloonseweg Percelen 6 en 7.


Op afbeelding 1 zijn een aantal deelgebieden aangegeven. In onderstaand overzicht wordt aangegeven wat de bestemming en het huidig grondgebruik is (Bron: Boer & Bunder)


1. Bestemming: Natuur. Grondgebruik: Grasland en boomgaard;

2. Bestemming: Natuur. Grondgebruik: Manege met paardenweides (te intensief gebruik waardoor op grote delen zandvlaktes zijn ontstaan);
3. Bestemming: Natuur. Grondgebruik: Akkerland met divers jaarlijks gebruik waaronder mais, bospeen, lelies en aardappelen;
4. Bestemming: Natuur. Grondgebruik: Grasland (niet in landbouwkundig gebruik);
5. Bestemming: Natuur. Grondgebruik: Grasland (landbouwkundig gebruik);
6. Bestemming: Natuur. Grondgebruik: Akkerland met divers jaarlijks gebruik waaronder mais, lelies en aardappelen;
7. Bestemming: Bos. Grondgebruik: divers jaarlijks gebruik waaronder mais, lelies en aardappelen

DB compensatieplan Smakterheide april 2021

Afbeelding 1:
Roze ballon = dassenburcht
Groene lijn = aanwezige compensatiehaag
Rode lijn = dassenraster/hekwerk
Blauwe lijn = dassentunnel
Oranje lijn = grens bestemming Natuur/Bos

Resumerend

  • De gemeente heeft de verplichting om alle compensatiemaatregelen op basis waarvan een bedrijvenpark gerealiseerd mocht worden te realiseren. Dit betekent dat de nog niet gerealiseerde hagen alsnog worden aangelegd.
  • De gemeente is het met Das&Boom eens dat de aanleg van hagen in het compensatiegebied een meerwaarde heeft boven de aanleg van bos
  • Gezien bovenstaande dient de gemeente in deelgebied 7 (bestemming Bos) dit gebied in te richten met een fijnmazig netwerk van hagen (als compensatie voor gekapt bos elders)
  • De percelen 6 en 7 kunnen nog kleinschaliger gemaakt worden door de aanleg van hagen ter compensatie aan verlies foerageergebied woningbouw St. Anna.
  • De gemeente dient niet meer te gedogen dat in percelen met een bestemming Natuur en Bos grondgebruik plaatsvindt dat geen enkele natuurwaarde heeft (paardenbakken en akkers)



Gepubliceerd in Nieuwsfeiten
donderdag 24 juni 2021 08:30

Zonnepark Venrays Broek

VENRAYS BROEK - Venray Transparant heeft onlangs de hand weten te leggen op een rapport van Dassenwerkgroep Venray-Horst geschreven als reactie op de plannen van Bodemzorg Limburg, sinds 2020 eigenaar van het Venrays Broek, om aldaar een zonnepark te vestigen. Venray Transparant staat volledig achter de bezwaren die beschreven worden in het rapport. Vandaar dat we overgegaan zijn tot plaatsing van een samenvatting ervan.

Bodemzorg Limburg heeft SWECO, een internationaal bureau dat duurzame samenlevingen en steden van de toekomst zegt te ontwerpen en ontwikkelen, een rapport laten opstellen. Daarin worden een aantal zaken aanmerkelijk rooskleuriger voorgesteld dan ze in werkelijkheid zijn. SWECO hecht groot belang aan de aanwezigheid van de dassen op de voormalige stort. Er moet terdege rekening gehouden worden met de burcht en de leefomgeving. Op de overzichtsplaatjes staan dan ook bosjes die in vroegere plannen voor het Loobeekdal als stapstenen moesten dienen waarlangs dieren zich konden verplaatsen en beschut konden verblijven. Kennelijk is het SWECO ontgaan dat deze bosjes het veld hebben moeten ruimen om plaats te maken voor nog meer kale en uitgestrekte raaigrasvlaktes rondom het melkvee bedrijf van Mts. Loonen. Op de begeleidende foto’s zijn deze vlaktes ook zichtbaar en worden daar beschreven als “karakteristiek”.

De effecten van de zonnepanelen en stromen op het huidige foerageergebied zijn ongewenst. Het landschapselement bestaande uit het biotoop op de stort is nu extra essentieel om de burchtlocatie in stand te houden.

De veranderingen waarmee de dassen ter plekke te maken krijgen betekenen nogal wat voor hen. Waarom dat zo is:

  • Dassen hebben een conservatieve leefstijl, en kunnen zich maar langzaam aanpassen aan veranderende omstandigheden. Het wegnemen van beschikbare percelen/foerageergebieden, wissels en territoriumgrenzen is een hele aanslag.
  • Dassen zijn voornamelijk afhankelijk van een bestaand patroon van geursporen om zich te kunnen oriënteren in hun territorium. Hierdoor zijn ze erg gevoelig voor ingrepen in hun leefgebied.
  • Dassen staan aan de top van de voedselpiramide, waardoor ze gevoelig zijn voor alle veranderingen van het voedselaanbod in die piramide. Het ontnemen van grote oppervlaktes foerageergebied is desastreus. Regenwormen, de belangrijkste voedselbron van dassen, zijn weg door afsluiting zodat deze voedselbron steeds moeilijker te bemachtigen is. Het benodigd gevarieerd voedselpakket binnen hun territorium is ernstig verstoord.
  • Er moeten voldoende (lijnvormige) landschapselementen (bijvoorbeeld houtwallen en hagen) aanwezig zijn, waarlangs dassen zich kunnen verplaatsen tussen burcht en foerageergebied, die schuilplekken bieden en waarmee ze zich kunnen oriënteren. Omdat een das tijdens de voortplantingsperiode (december tot en met juni) aan de kraamburcht gebonden is, is het voor het garanderen van de voortplantingsfunctie van die kraamburcht noodzakelijk, dat er in de directe nabijheid voldoende voedsel beschikbaar is. De optimale voortplantingsmogelijkheden van een dassenfamilie zijn van cruciaal belang om te kunnen overleven. Voor de lokale gunstige staat van instandhouding zijn de foerageermogelijkheden binnen een straal van 500 meter dus van groot belang. Zodra er overal hekken en beperkingen worden geplaatst nabij de burchten, wordt dit een probleem.

De veranderingen die we kunnen verwachten:

- Vegetatie en microklimaat
1. Verandering van de vegetatie als gevolg van schaduwwerking onder de panelen.
2. Verandering van de vegetatie als gevolg van verandering waterhuishouding.
3. Verandering van de vegetatie als gevolg van een verandering van het microklimaat.

- Fysische agentia bij zonneparken
1. Toename van de temperatuur in de bodem rondom kabels van het zonnepark.
2. Magneetvelden rondom kabels van het zonnepark .
3. Elektrische stromen door de grond.

Conclusie

Op grond van veranderingen in vegetatie, vochtigheid en temperatuur moet rekening worden gehouden met een verandering van de bodemsamenstelling en (micro-)organismen in de bodem bij een zonnepark.

Daarnaast moet er rekening mee worden gehouden dat veel dieren ook kleine spanningen in de bodem of bij objecten opmerken. Dat kan er toe leiden dat dieren een dergelijk gebied mijden.

Er is niet veel onderzoek gedaan naar de drempelwaarden waarbij dieren stromen en/of magnetische velden opmerken en daar hun gedrag op aanpassen. Er moet wel terdege rekening mee worden gehouden dat er diersoorten zijn waarvoor geldt dat een zonnepark on- geschikt is als habitat, ook als dat soorten betreft die voor de bouw van dat zonnepark in dat gebied voorkwamen. Bij een ruimtelijke afweging moet dus rekening worden gehouden met deze effecten.

Tenslotte nog enkele aanbevelingen

Aanbevelingen voor ruimtelijke ingrepen aan overheidsinstanties (Bron: Das en Boom)

  • Overheidsinstanties moeten bij de afweging van mensenbelangen en dassenbelangen in dassenleefgebied uitgaan van het streven de das in een lokaal gunstige staat van instandhouding te brengen en te houden en dassenleefgebied tegen aantasting te beschermen.
  • Het streven de lokale dassenpopulatie in een gunstige staat van instandhouding te behouden betekent, dat verslechteringen in elk territorium van dassenfamilies voorkomen moeten worden.
  • Bij ruimtelijke ingrepen in dassenleefgebied moet altijd een natuurtoets plaatsvinden.
  • Binnen een straal van 500 meter van een dassenhoofdburcht moet voldoende primair foerageergebied (bemest grasland) beschikbaar en toegankelijk zijn. 
  • Alleen wanneer er sprake is van een dwingende reden van groot openbaar belang, er geen alternatieve mogelijkheden zijn en de negatieve gevolgen van een ruimtelijk ingreep niet kunnen worden gemitigeerd of gecompenseerd, kan een dassenfamilie worden verhuisd.
  • Om de significante sterfte door verkeer in de dassenpopulatie beheersbaar te houden, moeten er bij alle nieuwe wegen en waterwegen, die leefgebied doorsnijden, verkeersvoorzieningen worden aangebracht (voorkomen versnippering van het leef- gebied).
  • Bij grote knelpunten (meerdere slachtoffers op één locatie) moeten ook bij bestaande wegen en waterwegen verkeersvoorzieningen worden aangebracht.
  • Bestaande dassenvoorzieningen zoals rasters en tunnels moeten functioneel blijven middels het plegen van noodzakelijk onderhoud (o.a. voorkomen dichtgroeien toegangsroutes), het uitvoeren van noodzakelijke reparaties en door het waarborgen van de toegankelijkheid. De overheid heeft hierin een voorbeeldfunctie.
  • Mitigerende en compenserende maatregelen, die in ontheffingen worden opgelegd, moeten functioneel zijn op het moment dat de das deze voorzieningen moet gaat gebruiken.
  • Bij regulier onderhoud rond dassenburchten moet de ecologische functionaliteit gewaarborgd blijven door de daarvoor noodzakelijke landschapselementen als bomen en hagen ruim (minimaal 50 meter) rond de burcht te behouden.
Gepubliceerd in Nieuwsfeiten